
Wat is arousalregulatie?
Arousal betekent letterlijk: het niveau van alertheid en spanning in het lichaam en het brein. Het gaat om hoe "aan" of "uit" een kind staat. Bij hoogbegaafde kinderen verloopt dit vaak intenser en grilliger dan bij andere kinderen. Ze reageren sterker op prikkels, zijn snel enthousiast of juist snel overprikkeld, en vinden het soms lastig om hun spanning en energie in balans te houden. Dit heet arousalregulatie.
Wanneer kinderen hun arousal niet goed kunnen reguleren, kost dat veel energie. Ze kunnen sneller moe raken, spanningen opbouwen of emotionele uitbarstingen krijgen. Wanneer het arousal van het kind wél in balans is, kunnen ze hun talenten laten zien, leren met plezier en zich beter staande houden.
Hoogbegaafde kinderen hebben vaak een intensere informatieverwerking en een hoge gevoeligheid voor prikkels. Dat maakt dat hun arousal sneller uit balans kan raken:
-
Bij onderprikkeling (door bijvoorbeeld saaie of herhalende taken) raken ze verveeld en kunnen ze afhaken of dromerig lijken.
-
Bij overprikkeling (door bijvoorbeeld drukke klassen, emoties van anderen, geluiden, of het gevoel van onveiligheid) kunnen ze gespannen, druk of emotioneel reageren.
Dit gedrag wordt soms verkeerd begrepen als luiheid, gebrek aan motivatie of “druk gedrag”, terwijl het eigenlijk problemen in de arousalregulatie zijn.
Overgevoeligheden en arousalregulatie bij (Hoog)Begaafde kinderen
De Poolse psychiater Kazimierz Dabrowski beschreef vijf vormen van overexcitabilities (overgevoeligheden) die vaak voorkomen bij hoogbegaafden.
Hij onderscheidde vijf vormen:
-
Psychomotorisch – veel energie, sterke drang tot beweging, praten, doen; soms ook innerlijke onrust.
-
Zintuiglijk – sterk genieten van of juist gevoelig zijn voor geluiden, geuren, smaken, aanrakingen, schoonheid.
-
Intellectueel – onverzadigbare nieuwsgierigheid, kritisch denken, zoeken naar waarheid, analyseren.
-
Verbeeldend (imaginatief) – rijke fantasie, dagdromen, creativiteit, associatief denken.
-
Emotioneel – diepe en intense gevoelens, sterke empathie, sterke gehechtheid, morele gevoeligheid.
Volgens Dabrowski zorgen deze overexcitabilities soms voor spanning of moeilijkheden, maar ze kunnen ook de motor zijn voor persoonlijke groei en ontwikkeling.
Eén van deze vijf overexcitabilities is de zintuiglijke overgevoeligheid.
Sterk genieten van of juist gevoelig zijn voor geluiden, visuele prikkels, geuren, prikkels in het mondgebied (zoals smaken en texturen), aanrakingen, evenwichtsprikkels, signalen die uit je spieren, pezen en gewrichten komen, of prikkels vanuit je interne organen en lichaamsfuncties.
Daarnaast versterken ook emotionele- en verbeeldingsgevoeligheid de beleving: een prikkel kan emotioneel harder binnenkomen of direct gekoppeld worden aan levendige beelden en gedachten.
Ook bestaat er nog de psychomotorische overgevoeligheid.
Kinderen met deze eigenschap hebben vaak veel energie. Ze praten snel en veel, zijn voortdurend in beweging, friemelen, springen of wiebelen. Het lijkt soms alsof ze nooit stil kunnen zitten. Dit gedrag komt niet altijd voort uit onrust, maar vaak uit enthousiasme en een snelle denkstroom. Hun hoofd werkt razendsnel en hun lichaam probeert dat tempo bij te houden.
Deze kinderen hebben behoefte aan ruimte om te bewegen, praktische activiteiten en begrip van volwassenen. Het kind gebruikt de motorische input om zichzelf gedurende de dag te reguleren. Het is daarbij dus belangrijk dat ouders en leerkrachten het kind voldoende mogelijkheden bieden om te kunnen bewegen. Dit kan thuis bijvoorbeeld via sport en op school door bewegingstussendoortjes, creatieve opdrachten of actieve leervormen.
Het belangrijkste is dat ouders en leerkrachten begrijpen: dit kind is niet “te druk”, maar het heeft deze beweging nodig om zichzelf gedurende de dag te kunnen reguleren. Ga hierbij vooral op zoek naar de mogelijkheden.
Vaak zien leerkrachten op school wel dat een (hoog)begaafd kind veel wiebelt op zijn stoel, friemelt met een gum of kauwt op zijn potlood, maar ze kunnen niet verklaren waardoor dit komt.
Een prikkelverwerkingsonderzoek kan bij hoogbegaafde kinderen zinvol zijn om een goed beeld te krijgen van de zintuiglijke prikkelverwerking van het kind. Vervolgens kun je samen met de sensorisch integratietherapeut de juiste regulatiemethoden voor je kind in kaart brengen en dit bespreken met de leerkracht.
Wil je meer weten over een prikkelverwerkingsonderzoek? Neem dan gerust contact met mij op via het contactformulier op de website.
Gevoel van veiligheid als voorwaarde voor een optimale arousalregulatie bij het (Hoog)Begaafde kind
Ons brein reguleert arousal via het zenuwstelsel. Als een kind zich veilig voelt, zowel fysiek als emotioneel, krijgt het brein het signaal dat ontspanning mogelijk is. Het zenuwstelsel kan dan makkelijker schakelen tussen rust, alertheid en activiteit.
Als een kind zich onveilig voelt (bijvoorbeeld door niet gezien worden, strenge kritiek, onvoorspelbaarheid of veel drukte), blijft het zenuwstelsel in een hoge staat van alertheid. Dit betekent vaak een hoog arousal.
Hierbij zie je vaak de volgende overlevingsreacties;
-
Vechten (agressie, boosheid, verzet),
-
Vluchten (vermijding, terugtrekking),
-
Bevriezen (verstijving, apathie), of
-
Aanpassen (pleasen, overmatig conformeren aan verwachtingen).
Hoogbegaafde kinderen zijn vaak gevoeliger voor signalen van (on)veiligheid:
- Ze pikken subtiele spanningen of emoties van anderen sneller op.
- Ze kunnen zich buitengesloten of “anders” voelen, wat een gevoel van onveiligheid oproept.
- Als de omgeving niet aansluit bij hun behoeften (te weinig uitdaging of te veel prikkels), ervaren ze dat als bedreigend of frustrerend.
Wanneer een Hoogbegaafd kind zich veilig voelt:
- Kan het zenuwstelsel makkelijker tot rust komen.
- Kan het kind kan zijn energie richten op andere zaken.
- Kan het kind regulatiemethoden adequater gebruiken.
Wanneer een kind zich niet veilig voelt:
- Heeft het kind veel meer moeite om zichzelf in balans te houden.
- Heeft het kind heeft meer moeite om zichzelf te reguleren.
- Focust het brein van het kind op “overleven” in plaats van leren.
Een gevoel van onveiligheid of miskenning (bijv. als hun intensiteit wordt bekritiseerd of genegeerd) kan leiden tot chronische hyperarousal, wat prikkelverwerking verder ontregelt.
Kortom: veiligheid is de basisvoorwaarde voor arousalregulatie.
Een kind dat zich veilig voelt, kan zijn energieniveau beter sturen en benutten. Een kind dat zich onveilig voelt, raakt sneller uit balans en verliest daarmee grip op zijn arousal.